Hoe vaak mag je een koe melken?

Augustus 2021

Melkingen, en daarmee automatisch ook de melkpermissie, is een veel besproken onderwerp bij gebruikers van een melkrobot. In een studiegroep of tijdens een vergadering wordt vaak het magische getal van 3,0 aangehaald. Maar is dat getal nu echt een magische grens? Wat is nu een optimaal aantal melkingen en daarmee ook een optimale melkpermissie instelling? In mei schreven we al over ‘Het beste melkproces begint met een goede voorbehandeling’, daarin werd ook het belang van de melkingen aangehaald. Nu gaan we kijken naar de relatie tussen de melkingen en de melkpermissie.

Het dynamische melkpermissie model in het management programma DelPro Farm Manager zorgt ervoor dat elke koe op haar juiste moment permissie krijgt om gemolken te worden. De basis voor het verlenen van permissie om te melken, is als een minimale hoeveelheid verwachte productie wordt bereikt. Een eerste reactie is dan vaak, maar om de hoeveel uur mag een koe dan komen in de melkrobot? Eigenlijk zijn wij niet geïnteresseerd in de uren, het draait allemaal om de verwachte gift. Een koe kan namelijk niet klok kijken, maar heeft wel een goed gevoel over de vulling in haar uier. De uren die wij als mensen dan ook graag hanteren zijn een vangnet om te zorgen dat ze na een bepaalde tijd toch permissie krijgt als de hoeveelheid melk in haar uier nog niet de verwachte gift waarde heeft bereikt.

Waarom willen we een verdeling van melkingen?

Het belang van een juiste verdeling van melkingen doormiddel van de melkpermissie doen we om ervoor te zorgen dat we voldoende ruimte hebben voor de verse koeien om gemolken te worden. Ten eerste omdat deze dieren in het begin van de lactatie de ruimte moeten krijgen om de productie optimaal te stimuleren, maar ook om ervoor te zorgen dat de dieren voldoende krachtvoer kunnen opnemen tijdens hun bezoeken. Rang hoge dieren zorgen uit zichzelf voor een frequent bezoek, echter de rang lage dieren zijn de dieren zijn gebaat bij de juiste instellingen zodat zij ook de mogelijkheid krijgen om gemolken te worden.

Ten tweede willen we dieren melken wanneer er voldoende melk in de boezem beschikbaar is. Deze direct beschikbare melk zorgt ervoor dat we vlot kunnen melken en dat we een nog lagere speenbelasting realiseren. In relatie met de uiervulling is ook de positie van de spenen onder het uier, het perfecte uier kan altijd worden aangesloten echter elke veestapel kent ook minder perfecte uiers. Met voldoende vulling zorgen we er ook voor dat deze dieren snel en goed kunnen worden aangesloten.

Al deze punten dragen bij in een efficiënt gebruik van de melkrobot, ook met een lagere bezetting is dit van belang, immers elke melking heeft zijn verbruik.

Dynamische melkpermissie model

Het beslissen van de melkpermissies doen we door het dynamische melkpermissie model. Hierin maken we bij de VMS-melkrobot onderscheid tussen de verse dieren (tot 80 dagen), de oud melkte dieren (80 dagen tot kalven) en de midden lactatie groep. Voor elke groep sturen we op basis van de verwachte melkgift. Hoe we de hoogte van de verwachte gift bepalen hangt af van een aantal factoren op het bedrijf;

  • Wat is de bezetting op de VMS-melkrobot?
  • Wat is de gift per melkbeurt welke we graag willen nastreven?
  • Wat is de gemiddelde dagelijkse melkgift in de veestapel?

De bezetting van de VMS-melkrobot is de eerste factor waar we naar kijken. We weten namelijk dat we per dag gemiddeld tussen de 180 en 200 melkingen hebben te verdelen. Immers, 24u per dag minus 3u voor reinigen, vrije tijd en wisselen houden we 21u melkbare tijd over. Met 180 melkingen is dat 7 minuten per melkbeurt, met 200 is dat 6:18 minuten per melkbeurt.  

Dan is de vraag wat wordt de gift die we per melkbeurt willen nastreven. We weten uit recent onderzoek van Brückmeijer et. al., dat een gift van minimaal 10 liter per melkbeurt in combinatie met  een regelmatige interval tussen melkingen vanuit het perspectief van de koe het beste is voor de gezondheid van haar uier. Uiteraard heeft dit dan ook een direct effect op de gemiddelde dagelijkse melkgift. Want in datzelfde onderzoek wordt ook gesteld dat de tijd tussen twee melkingen ten minste 5 uur dient te zijn. Daarmee kunnen we dus al reeds concluderen dat een streven van tenminste 3 melkingen niet het optimale hoeft te betekenen voor elk bedrijf. De regelmaat en de gift per melkbeurt zijn de belangrijkste parameters voor de koe! 

Met de uren creëren we voor elke groep een vangnet. Wanneer een dier de verwachte melkgift na het verstrijken van de uren nog niet heeft bereikt krijgt ze alsnog melkpermissie. Afhankelijk van de bezetting op de robot wordt deze parameter bepaald, hoger voor een vol bezette robot en lager voor een robot met meer vrije ruimte. 

In de praktijk

Het belangrijkste is dat de som van dieren met melkpermissie gedurende de gehele dag tussen de 20% en de 30% van de veestapel ligt. Zoals we eerder ook al aangaven is dit om ervoor te zorgen dat vooral de rang lage dieren geen hinder ervaren wanneer zij de melkrobot bezoeken. Ervaring leert wanneer we de instellingen optimaliseren op bedrijfsniveau de meeste melkingen niet meer worden gehaald door de rang hoge dieren, maar door de dieren in de eerst 80 dagen van lactatie. En wanneer we de verse dieren 4 tot wel 5 maal per dag melken, de middengroep afhankelijk van hun productie 3 maal per dag en de oud melkte dieren 2 maal per dag dan benutten we de melkrobot in zijn kracht.

Conclusie

Het beslissen van de melkpermissies doen we door het dynamische melkpermissie model. Hierin maken we bij de VMS-melkrobot onderscheid tussen de verse dieren (tot 80 dagen), de oud melkte dieren (80 dagen tot kalven) en de midden lactatie groep. Voor elke groep sturen we op basis van de verwachte melkgift. Hoe we de hoogte van de verwachte gift bepalen hangt af van een aantal factoren op het bedrijf;

 

Neem contact op met uw DeLaval dealer

Voor algemene vragen